Verslag: Halve Marathon Zwolle
(door Marco Eerkes) - Daar loop ik dan. De zon schijnt fel over de strak geasfalteerde weg. Om mij heen zie ik verschillende mensen nerveus heen en weer lopen. Veters worden gestrikt, beenspieren worden opgerekt. Terwijl ik verwonderd rondkijk, hoor ik in de verte het geluid van een helikopter. Het is dus waar, dit jaar zal de halve marathon van Zwolle, in een ‘Tour de Franceachtige’ setting worden verlopen. Ik kijk op mijn horloge en besef dat het voor mij volledig onzinnig is om al aan mijn warming up te beginnen. De afgelopen weken heb ik me optimaal voorbereid op deze krachtmeting. Veel getraind, veel wedstrijden gelopen, gezond gegeten en de nodige biertjes afgeslagen. Deze wedstrijd betekent veel voor me. Al in februari had ik me ingeschreven en sindsdien heb ik er frequent over gesproken met mijn vrienden.
Een glimlach kan ik op dat moment niet onderdrukken. Mijn vrienden moeten haast gek van me zijn geworden. Elk gesprek dat gevoerd werd kwam op een gegeven moment uit bij deze dag, 13 juni 2009. “Wat ga je het weekend doen, Marco?” werd me vaak gevraagd en het antwoord was maar al te vaak: “Ik ga hardlopen, een rondje fietsen over het parcours en nog maar even langs de hardloopwinkel om nieuwe kleding aan te schaffen”. Wat de meeste mensen dan niet wisten was dat ik daarnaast ook allerlei tijdschema’s uitschreef, afstandmeten.nl inspecteerde en naging wat er in voorgaande lopen goed en fout was gegaan. Maarja… waar het hart vol van is daar stroomt de mond van over. Iedereen die me goed kent weet dat deze wedstrijd veel voor me betekend. En nu sta ik hier, ruim een uur voor de start, op het plein voor het stadskantoor, te peinzen over wat er komen gaat vanavond.
In de verte zie ik een aantal bekenden staan en ik besluit even een praatje te gaan maken. Moeder en dochter gaan vanavond de 4 Engelse Mijlen lopen. Vorig jaar heb ik deze afstand, met veel plezier, gelopen. Nog snel geef ik ze het advies, wat extra water te drinken om zo te voorkomen dat de benen al verzuren voordat ze onderweg zijn. Na ze succes gewenst te hebben, loop ik verder. Achter het stadskantoor vind ik ze. De Kenianen, deze mannen zullen straks om de overwinning gaan strijden. Hun smalle benen lijken op luciferhoutjes, en toch zit er een ongekende power achter. Heel even komt de gedachte in me op om even met ze mee op te lopen. Ha! Al die mensen zullen naar me kijken alsof ik ook een van de favorieten ben. Toch maar niet doen, Marco! Blijf jezelf en blijf geconcentreerd op je eigen race!
De omroeper kondigt volkszanger Harm Wolters en dat is voor mij het moment om mijn warming up te beginnen. In een rustig tempo loop ik in de richting van het politiebureau. Daar aangekomen zie ik een hekje staan waar ik wat rek en strek oefeningen doe. Terwijl ik mijn armen in de lucht steek, klopt er een man van een jaar of 40 op mijn schouder. “Hallo, het lijkt wel of iedereen zijn startnummer op de buik draagt, moet dat?” Diep van binnen doet het me plezier dat ik deze man hier aantref. Ik zeg: “Ja, het is beter ’t nummer op de buik te dragen, zodat men kan zien wie er aankomt”. Onhandig probeert de man zijn startnummer van zijn rug af te halen. Ik besluit hem te helpen, haal de veiligheidsspelden los en overhandig hem het startnummer weer. Dan vraag ik hem wat zijn doel is voor vandaag. Hij antwoord me: “Pfff… een echt doel heb ik niet, zou de 21 kilometer graag uitlopen. Maar ik heb er wel vertrouwen in, van de week heb ik al een stukje hardgelopen en gisteren zijn daar deze hardloopschoenen bij gekomen”. Op dat moment sla ik haast achterover van verbazing! Deze man gaat de uitdaging van 21 kilometer aan met een training en gloednieuwe hardloopschoenen. Wat zal hij blaren hebben na afloop, maar toch heb ik ook bewondering voor deze man. Zonder te weten wat hem te wachten staat gaat hij het avontuur aan. Na elkaar succes gewenst te hebben trek ik een paar korte sprintjes om de spieren nog wat warmer te maken.
Inmiddels zijn de lopers van de 4 Engelse Mijlen vertrokken. En daardoor ben ik nu in staat om te inventariseren wat voor mensen er vanavond meelopen. Het valt me ineens op, dat ik een van de jongste deelnemers ben. De meeste deelnemers lijken doorgewinterde recreatielopers, met dikke kuitspieren, een serieuze uitrusting en geconcentreerde blik. Dan zijn er de eendagsvliegen, de mannen en vrouwen die zich de afgelopen maanden hebben opgeladen voor deze ene wedstrijd om zich voor vrienden, familie en collega’s te bewijzen. Na deze ene halve marathon zullen ze het voor gezien houden en de hardloopschoenen veilig opbergen in de kast. Diep van binnen weet ik dat deze mensen eigenlijk gelijk hebben, het is gekkenwerk om je iedere keer weer kapot te lopen op een afstand of een tijd. Het zou niet nodig moeten zijn om je iedere keer opnieuw te hoeven bewijzen. Fijn dat ze meelopen!
Links van me zie ik een grote groep hardlopers in de schaduw van een groot gebouw zitten. Deze mensen willen niet nu al in de volle zon staan, de warmte moet buiten de deur gehouden worden totdat men van start gaat. Opnieuw een glimlach. Ik denk terug aan afgelopen woensdag. Op die dag liep ik met mijn vrienden Patrick, Richard en Diederick een wedstrijd over 5km. Voor de start stonden bijna alle hardlopers te schuilen voor een paar druppels water, terwijl we wisten dat we hoe dan ook nat zouden worden. Vandaag was het dus precies hetzelfde, iedereen weet dat het straks heet gaat worden en daarom gaan er tientallen lopers rustig in het schaduwrijke gras zitten.
Ik kijk op mijn horloge en zie dat er nog een kwartiertje te gaan is tot aan de start. Oei, de tijd is toch sneller gegaan dan ik dacht. Snel nog even langs de toiletten en dan naar het startvak. Dat valt even vies tegen, er staan al veel meer mensen klaar dan ik verwacht had. Dit zal betekenen dat ik in het begin veel mensen zal moeten inhalen en me niet gek moet laten maken. Mijn hartslag is inmiddels opgelopen naar 85 en de adrenaline stroomt door mijn hele lichaam. Nog 10 minuten, (Dit keer loop je hem helemaal uit!), Nog 5 minuten (Vergeet niet te genieten, want lopen is je hobby), 4minuten (Heb ik niet teveel gedronken?), 3 (Wie zullen er allemaal staan te kijken?), 2 (….Concentratie….), 1 (…hoogspanning…). PANG! En we zijn weg!
Hoewel weg? Dit gaat wel erg langzaam. Met een snelheid van slechts 10 km/h loop ik in de richting van het Hanzebad. Ik wil sneller, maar het kan niet. Overal om me heen zijn lopers, die rustig, alsof er niets aan de hand is, de eerste kilometer volbrengen. Gelukkig! Daar in de tunnel is meer ruimte, ik pak de buitenkant en haal de eerste tientallen lopers in. Weer buiten gekomen, schiet ik een stoep op en kan ik op het allerlaatste moment een paaltje ontwijken. “Rustig blijven, Marco!” We lopen de binnenstad in, en daar zie ik mijn eerste supporter staan. Peter heeft een mooie plek gevonden op de brug vlak voor de Sassenpoort. Dat geeft al meteen een lekker gevoel en ik versnel nog een beetje.
Ik ga de eerste volle ronde in en hoor de speaker omroepen dat ik inmiddels al ruim achterloop op de koplopers. Niet dat ik de intentie had om ze bij te houden, maar toch! In de loop van de eerste ronde krijg ik steeds meer ruimte en ben ik minder bezig met afremmen en weer doorversnellen dan in het begin. Achterop de Wethouder Alfrinkweg hoor ik getoeter en gefluit. En ja hoor, daar zijn ze alweer! De Keniaanse mannen zetten me al op een ronde! Ik pak een spons aan en drink wat water, en concentreer met op mijn eigen loop. Het is warm, misschien was het beter geweest die spons vast te houden.
Bij het ingaan van de 2e ronde, is het weer druk op het parcours, ik wurm me langs een aantal lopers en ren rakelings langs de hekken. Ik weet dat dit dom is en dat dit me tijd gaat kosten op het einde maar ik kan het geduld even niet opbrengen om hier, in het centrum, met al die duizenden toeschouwers, rustig aan te doen. Even later ben ik halverwege de halve marathon en ondanks het feit dat ik een goed gevoel heb over mijn loop tot nu toe loop ik al flink achter op mijn doel om gemiddeld 12km/h te halen. Ik besluit de tijd van me af te zetten, maar wel lekker te blijven lopen. Nog een spons, nog een beetje water, even zwaaien naar wat supporters, duim omhoog en weer de klim naar de top van de Hortensiabrug! Leuk dat de Keniaanse dames, me hier in halen. Met de helikopter boven mijn hoofd lijkt die een heuse Alpen col!
Mijn hartslag is wat rustiger geworden, als ik voor de 3e keer het centrum in loop. Nog een ronde van 6 kilometer en ik ben er! Toch weet ik dat het zes lange kilometers zullen worden. Mijn kuiten zullen vollopen, kramp ligt op de loer en mijn lichaam zal gaan schreeuwen om rust. Dit gaat een psychologische test worden. Kan ik dit keer de pijntjes wel uitschakelen en de volle 21 kilometer uitlopen? Al snel loop ik weer langs de Zwolse gracht, wat leuk weer staan deze 3 bekende supporters me aan te moedigen! Bij popcentrum Hedon is er een DJ die begrijpt wat een vermoeide hardloper nodig heeft. Keihard dreunen de klanken van Kernkraft 400 door de boxen! En mijn snelheid gaat weer voor even omhoog.
Linksaf: “Knie je houdt je rustig hè?! Bij de rotonde rechtdoor, ik geef mijn bidonnetje door aan een hardloper die zo te zien wel wat extra water kan gebruiken. Rechtsaf: “Die waterpost mag je niet missen”. “Hé, waar zijn die sponzen gebleven?, niet zeuren dan gooi je die beker water maar in je gezicht”. We lopen langs de Oosterkerk en in de hoek zie ik mijn ouders en zusje staan. Erg aardig dat ze de hele avond al langs het parcours staan. Linksaf: “Ken ik een goede masseur? Mijn spieren verdienen ontspanning”. Ik loop op de Hanekamp in de richting van de rotonde waar ook weer bekenden staan die iedereen even enthousiast aanmoedigen. Rechtsaf: “Nog maximaal 3 kilometer, je gaat het halen, de vorige keer ging je hier kapot. Nu niet je bent nog fit!
Aan het einde van de Wipstrikkerallee staat de burgermeester. Ik groet hem even en sla rechtsaf de Hortensiabrug op. De laatste keer deze akelige klim op. “Hé, dit voelt goed”. Langs me heen wandelen meerdere hardlopers de brug op. Het lukt ze niet meer door te rennen. Maar ik ren nog, en ik ben al bijna boven! “Kom op, Jongen je kunt het” hoor ik vanaf de zijkant. Ik steek mijn tong uit om te laten zien dat ik wel moe ben.
De laatste kilometers gooi ik mijn armen verder omhoog, het tempo kan net iets omhoog. Ik loop over het kerkbruggetje, ren het centrum weer in, over het gasthuisplein, langs hordes publiek en dan eindelijk, eindelijk is daar de finish! Mijn armen steek ik in de lucht en met mijn hoofd een beetje schuin omhoog finish ik de halve marathon van Zwolle!
Het was een bijzondere ervaring om in Zwolle de halve marathon te lopen. Ik wil iedereen die me heeft aangemoedigd langs het parcours bedanken. Ook de mensen die via andere wegen mij hebben gesteund wil ik graag bedanken!
"Om een halve marathon te finishen moet je niet alleen naar de tijd kijken maar vooral ook durven te genieten van al het moois om je heen".
Bron: http://www.marcoeerkes.web-log.nl/
|